ECLI:NL:RBDHA:2021:6992
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsvergunning in Dublinprocedure Italië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 17 mei 2021 waarbij zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling werd genomen omdat op grond van de Dublinverordening Italië verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser stelde dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid vanwege het gebruik van een tolk met B2-niveau in plaats van C1 en dat er sprake is van ernstige tekortkomingen in de opvangvoorzieningen in Italië, waardoor overdracht onaanvaardbaar zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat het gebruik van een beëdigde tolk voldoet aan de wettelijke eisen en dat het niveauverschil niet tot kwaliteitsverlies heeft geleid. Daarnaast achtte de rechtbank de aangevoerde informatie over opvangtekorten in Italië onvoldoende overtuigend om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te doorbreken, mede gelet op een recent arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat bevestigt dat Dublinclaimanten in Italië recht hebben op opvang.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en is het besluit van de staatssecretaris gehandhaafd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het besluit tot overdracht aan Italië gehandhaafd.