ECLI:NL:RBDHA:2021:7002
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang na uitzetting vreemdeling
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn verzoek tot uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Dit verzoek was gericht op het voorkomen van zijn uitzetting vanwege zijn medische toestand. De rechtbank constateert dat eiser op 25 januari 2020 reeds is uitgezet naar Afghanistan.
Eiser stelde dat hij nog procesbelang had omdat bij een gegrond beroep teruggeleiding naar Nederland mogelijk zou zijn. Verweerder betoogde dat dit niet het geval is nu de uitzetting al heeft plaatsgevonden en uitstel van vertrek niet meer kan worden gegeven.
De rechtbank overweegt dat eiser tegen zijn voorgenomen uitzetting bezwaar heeft aangetekend en een voorlopige voorziening heeft gevraagd om in Nederland te mogen blijven wachten op de behandeling van dat bezwaar. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek afgewezen, mede gelet op de medische toestand van eiser. Omdat eiser geen nieuwe medische stukken heeft overgelegd en de uitzetting al heeft plaatsgevonden, ziet de rechtbank geen procesbelang meer voor een inhoudelijke behandeling van het beroep.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na uitzetting.