ECLI:NL:RBDHA:2021:7031
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling looninhouding wegens arbeidsongeschiktheid en deskundigenoordeel UWV
Eiseres werd ziek gemeld op 18 oktober 2017 en haar loon werd gekort wegens arbeidsongeschiktheid. Verweerder hervatte de looninhouding per 1 januari 2019, ondanks dat eiseres stelde volledig hersteld te zijn en haar volledige takenpakket te hebben uitgevoerd. Eiseres vroeg een deskundigenoordeel aan bij het UWV, dat op 15 april 2019 oordeelde dat zij op 1 januari 2019 niet volledig arbeidsgeschikt was.
De rechtbank stelt vast dat de arbeidsongeschiktheid niet is onderbroken in de periode van 1 januari tot 14 februari 2019. Verweerder mocht op basis van het UWV-advies het loon blijven inhouden, omdat er geen medische gronden waren om hiervan af te wijken. Eiseres voerde aan dat zij gezondheidsschade had opgelopen door de hersteldmelding, maar dit werd niet in deze procedure beoordeeld.
Het UWV heeft bovendien op 18 november 2020 een WIA-besluit genomen waarbij eiseres 26,42% arbeidsongeschikt werd geacht, wat bevestigt dat de ziekteperiode ononderbroken was. De rechtbank acht aannemelijk dat eiseres niet haar volledige takenpakket heeft uitgevoerd in de betreffende periode. Het beroep van eiseres wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de looninhouding is rechtmatig.