Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[opposant],
hierna: opposant,
advocaat: mr. M. Nagessersing,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Opposant stelde verzet in tegen zijn faillietverklaring die was gebaseerd op een vordering van het pensioenfonds en Soob. Het pensioenfonds vorderde niet betaalde pensioenpremies over een periode waarin de werknemers niet meer in dienst waren. Opposant had niet gereageerd op aanmaningen en dwangbevel, maar betwistte de hoofdsom en vroeg om correctie en creditering.
De rechtbank oordeelde dat het verzet tijdig was ingesteld omdat opposant zich tijdens de faillissementsuitspraak in het buitenland bevond. De rechtbank stelde vast dat niet summierlijk was gebleken van het vorderingsrecht van het pensioenfonds en Soob, mede omdat de premieheffing onjuist was en de resterende vordering waarschijnlijk gecrediteerd zou worden.
Hoewel het dwangbevel onherroepelijk was, kan de executie worden tegengegaan bij een kennelijke feitelijke misslag. De rechtbank verwierp het verweer dat het faillissement onterecht was aangevraagd vanwege het niet reageren op oproepen en aanmaningen door opposant zelf. De faillissementskosten en curatorvergoeding werden aan opposant opgelegd. De proceskosten werden gecompenseerd. Het faillissement werd vernietigd.
Uitkomst: Het verzet tegen de faillietverklaring is gegrond verklaard en het faillissement vernietigd.