ECLI:NL:RBDHA:2021:705
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WIA-uitkering en mate van arbeidsongeschiktheid afgewezen door rechtbank
Eiser, voormalig chauffeur personenvervoer, diende beroep in tegen het UWV-besluit waarin zijn arbeidsongeschiktheid op 42,71% werd vastgesteld en een WIA-uitkering werd toegekend. Hij voerde aan dat zijn beperkingen, met name aan armen en handen, ernstiger waren dan vastgesteld en dat het medisch onderzoek onvolledig was.
De rechtbank oordeelde dat het UWV zich baseerde op zorgvuldige en consistente rapporten van verzekeringsartsen, die zowel dossieronderzoek als lichamelijk en psychisch onderzoek omvatten. De aangevoerde medische stukken van eiser, waaronder een afspraakbevestiging van een reumatoloog en een informatiefolder over TENS-apparaten, konden het oordeel niet ondermijnen.
De rechtbank concludeerde dat de medische beoordeling van de verzekeringsartsen juist was en dat de beperkingen passend waren vastgesteld. Ook de door de arbeidsdeskundige geduide functies pasten binnen de vastgestelde belastbaarheid. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van de WIA-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 42,71% wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit bevestigd.