Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 7, 8, 10 en 18 juni 2021.
mr. G.K. Schoep en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw mr. E. van Reydt naar voren is gebracht.
Wat gebeurd kan ik al sturen
Yo
Wat gbrt
Ja ik hb
Je hebt die twee mensen gehad van toch van Rijswijk of niet. Ik heb wel
Yo
Heb je die telefoonnummers gehad of niet
Ok
- [telefoonnummer] was actief was in de periode van 29 september 2017 tot en met 4 april 2018,
- [telefoonnummer] actief was in de periode van 4 april 2018 tot en met 16 april 2018,
- [telefoonnummer] actief was in de periode 16 april 2018 tot en met 20 april 2018 en
- [telefoonnummer] actief was in de periode 29 augustus 2018 tot en met 23 april 2019.
bleek dat de gebruiker opnam door te zeggen ‘ [afkorting naam verdachte] ’ of ‘met [eerste voornaam verdachte] ’, waaruit de politie heeft geconcludeerd dat [eerste voornaam verdachte] [verdachte] de duurzame gebruiker van beide telefoonnummers was. [29] Uit onderzoek naar het gebruik van telefoonnummer [telefoonnummer] bleek dat dit telefoonnummer in de periode waarin het actief was 658 sms-berichten heeft verstuurd aan vijf verschillende telefoonnummers. De politie concludeert dat dit telefoonnummer aldus werd gebruikt als aansturingslijn. [30]
Geldwäsche), een bepaling die hetzelfde rechtsbelang nastreeft als het Nederlandse artikel 420bis Sr. Daarmee is aan het dubbele strafbaarheidsvereiste voldaan. Het verweer van de verdediging impliceert dat het in Duitsland niet tot een veroordeling van de verdachte zou komen, omdat de verdachte ten tijde van het verkrijgen van het geldbedrag niet wist dat het om geld afkomstig van misdrijf was, of omdat het geld afkomstig was uit eigen misdrijf, terwijl hij ook voor dat eigen misdrijf wordt vervolgd. Dat verweer – wat er verder ook van zij – miskent het abstracte karakter van de aan te leggen toets. Het Openbaar Ministerie is dus ontvankelijk in de vervolging van dit feit.
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 7 juni 2021;
- het proces-verbaal van verhoor verdachte [voorletters onderzoeksnaam] [onderzoeksnaam] , p. 94 tot en met 96;
- proces-verbaal narcotica, p. 142 tot en met 144 en proces-verbaal narcotica, p. 145 en 146;
- een geschrift, te weten NFI-rapportages, betreffende onderzoek verdovende middelen, p. 136 tot en met 141.
€ 5.600,-. [115] In de periode van 2015 tot en met april 2018 werd voor € 13.300,- aan contanten op zijn rekening gestort. [116] Verder blijkt dat in deze periode verschillende bedragen die [eerste voornaam verdachte] [verdachte] moest betalen, te weten € 2.220,- premie voor zijn zorgverzekering [117] , € 6.600,- premie voor motorrijtuigenbelasting [118] en € 1.100,- voor bekeuringen van het Centraal Justitieel Incassobureau [119] , betaald zijn via een rekening van [naam rekeninghouder] . Het is volgens de politie aannemelijk dat [eerste voornaam verdachte] [verdachte] deze bedragen ter plaatse contant heeft betaald.
€ 13.197,- onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is. [eerste voornaam verdachte] [verdachte] heeft gebruik gemaakt van dit geld en dit omgezet in luxegoederen, zoals kleding.
13.197,-euro, heeft omgezet en/of
daarvangebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat dat
geldbedraggeheel of gedeeltelijk ‐ onmiddellijk of middellijk ‐ afkomstig was uit enig misdrijf.
€ 13.000,-. Witwassen vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Geld dat wordt verdiend met het plegen van strafbare feiten maakt onderdeel uit van het zwartgeldcircuit en kan een ontwrichtende werking hebben op de samenleving.
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10 derde Pro en vierde lid van de Opiumwet;
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod;
1.witwassen;
26 (zesentwintig) maanden;