ECLI:NL:RBDHA:2021:7052
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening voor vreemdeling met langdurig verblijf tegen intrekking verblijfsvergunning
De rechtbank Den Haag behandelde op 30 juni 2021 het verzoek van een vreemdeling met de Marokkaanse nationaliteit om een voorlopige voorziening tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had de vergunning ingetrokken vanwege meerdere veroordelingen, waaronder een zware gevangenisstraf voor een Opiumwetmisdrijf en een ernstig geweldsdelict.
Verzoeker woont sinds 1984 rechtmatig in Nederland, is mantelzorger voor zijn moeder, heeft een hartaandoening en onderhoudt familiebanden met een zoon en dochter in Nederland. Hij werkt bij een glazenwassersbedrijf en vroeg om uitstel van uitzetting totdat zijn bezwaar is behandeld.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de belangen van verzoeker zwaarder wegen dan die van de staatssecretaris om hem direct uit te zetten. Hoewel het besluit zorgvuldig is genomen en het belang van de overheid groot is, is niet gebleken dat onmiddellijke uitzetting noodzakelijk is. De rechter wees op het langdurige verblijf, de familiebanden en het feit dat de zwaarste veroordeling al jaren geleden is. De voorlopige voorziening werd toegekend en het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.