Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van 26 maart 2020, met producties 1 t/m 7;
- de conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie, met producties 1 t/m 16;
- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties 8 t/m 12;
- het tussenvonnis van 21 oktober 2020, waarin partijen in verband met de COVID-19 maatregelen is verzocht zich uit te laten over de wijze van voortprocederen;
- de rolbeslissing van 4 november 2020, waarbij de rechtbank heeft bepaald dat de zitting plaatsvindt in de vorm van een Skype zitting;
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 25 mei 2021 (via Skype voor bedrijven) en de daarin genoemde stukken.
2.De feiten
Gelet hierop, hetgeen ook ter terechtzitting is besproken, dienen partijen zo spoedig mogelijk een makelaar in te schakelen om aldus de woning te koop te zetten. De rechtbank gaat ervan uit dat de vrouw haar medewerking hieraan zal verlenen nu haar vrees dat zij de woning in dat geval direct zal moeten verlaten is weggenomen aangezien niet in geschil is dat zij in de woning kan blijven totdat deze zal zijn verkocht en wordt geleverd aan een derde.”.
Gezien het feit dat de vrouw toegezegd heeft dat zij haar medewerking aan de verkoop zal verlenen gaat het hof er van uit dat zij die toezegging gestand houdt. Het hof ziet derhalve nog geen aanleiding om een dwangsom te verbinden aan een mogelijk niet handelen van de vrouw in het kader van de verkoop van de woning.”