ECLI:NL:RBDHA:2021:7113
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wijziging verblijfsvergunning wegens onvoldoende bewijs huiselijk geweld en verbreking relatie
Eiseres, een Iraanse vrouw met een Nederlandse zoon, verzocht om wijziging van haar verblijfsvergunning naar niet-tijdelijke humanitaire gronden vanwege huiselijk geweld binnen haar relatie. Verweerder wees dit af omdat onvoldoende objectief bewijs was geleverd dat het huiselijk geweld heeft geleid tot de feitelijke verbreking van de relatie.
De rechtbank overwoog dat de door eiseres overgelegde verklaringen van huisarts en hulpinstanties onvoldoende objectief en verifieerbaar waren, omdat deze gebaseerd waren op haar eigen verklaringen. Er was geen aangifte gedaan bij de politie en geen ambtshalve vervolging ingesteld. Tevens werd het beroep op artikel 8 EVRM Pro afgewezen omdat verweerder een redelijke belangenafweging had gemaakt, onder meer door het verstrekken van een EU/EER verblijfsdocument.
De rechtbank vond dat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat het horen van eiseres in bezwaar kon worden achterwege gelaten. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de wijziging van het verblijfsdoel is ongegrond verklaard.