ECLI:NL:RBDHA:2021:7119

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 juli 2021
Publicatiedatum
9 juli 2021
Zaaknummer
AWB 21/2277
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 lid 3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot schorsing uitzetting in vreemdelingenzaak

In deze bestuursrechtelijke zaak betreffende vreemdelingenrecht heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag het verzoek van de verzoeker behandeld om de uitzetting op te schorten totdat op het beroep zou zijn beslist.

De verzoeker had een procedure lopen onder zaaknummer AWB 21/2276 en vroeg om een voorlopige voorziening om de uitzetting te voorkomen. De voorzieningenrechter overwoog dat op 30 juni 2021 al een beslissing op het beroep was genomen, waardoor het verzoek om schorsing kennelijk ongegrond was.

Op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht werd het verzoek buiten zitting behandeld en afgewezen. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter K.M. de Jager in aanwezigheid van griffier G. de Keuning en gepubliceerd op 6 juli 2021.

Hiermee is het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in de uitzettingsprocedure afgewezen en is de uitzetting niet geschorst.

Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de uitzetting wordt afgewezen omdat het beroep reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 21/2277
V-nummer: [Nummer]

uitspraak van de voorzieningenrechter voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen

[Naam], verzoeker,

gemachtigde mr. F.A. van den Berg,
tegen

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

verweerder.

Overwegingen

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak buiten zitting.
De voorzieningenrechter is verzocht om hangende beroep in de procedure met zaaknummer AWB 21/2276 te bepalen dat verweerder de uitzetting van verzoeker achterwege dient te laten, totdat op het beroep is beslist.
In het onderhavige geval is er geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorziening, nu op 30 juni 2021 op het beroep is beslist. Het verzoek is kennelijk ongegrond en wordt daarom afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van G. de Keuning, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekend gemaakt op 6 juli 2021.
Afschrift verzonden op: