Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
uitspraak van de voorzieningenrechter voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen
[Naam], verzoeker,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke zaak betreffende vreemdelingenrecht heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag het verzoek van de verzoeker behandeld om de uitzetting op te schorten totdat op het beroep zou zijn beslist.
De verzoeker had een procedure lopen onder zaaknummer AWB 21/2276 en vroeg om een voorlopige voorziening om de uitzetting te voorkomen. De voorzieningenrechter overwoog dat op 30 juni 2021 al een beslissing op het beroep was genomen, waardoor het verzoek om schorsing kennelijk ongegrond was.
Op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht werd het verzoek buiten zitting behandeld en afgewezen. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter K.M. de Jager in aanwezigheid van griffier G. de Keuning en gepubliceerd op 6 juli 2021.
Hiermee is het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in de uitzettingsprocedure afgewezen en is de uitzetting niet geschorst.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de uitzetting wordt afgewezen omdat het beroep reeds is beslist.