Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De eiser, met de Albanese nationaliteit, kreeg op 10 juni 2021 een terugkeerbesluit met een inreisverbod van twee jaar en een maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank behandelde het beroep op 21 juni 2021 waarbij eiser werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk aanwezig was.
De rechtbank constateerde dat eiser geen concrete gronden had aangevoerd tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod, behalve een beroep op het feit dat hij in Duitsland werk wil zoeken. De rechtbank oordeelde dat dit geen reden is om het inreisverbod niet op te leggen, mede omdat eiser ervoor koos Nederland illegaal binnen te reizen met het doel door te reizen naar het Verenigd Koninkrijk. Tevens werd gewezen op de mogelijkheid om een verzoek tot opheffing van het inreisverbod in te dienen bij het vinden van legaal werk.
Met betrekking tot de maatregel van bewaring stelde de rechtbank vast dat eiser de gronden niet had betwist. De maatregel werd gerechtvaardigd vanwege het risico dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken. Gezien het ontbreken van betwisting verklaarde de rechtbank de beroepen ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen het terugkeerbesluit, het inreisverbod en de maatregel van bewaring worden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.