Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Albanese nationaliteit, kreeg op 10 juni 2021 een terugkeerbesluit met een inreisverbod van twee jaar en een maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De maatregel van bewaring werd opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen beide besluiten en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank behandelde de beroepen op 21 juni 2021. Eiser voerde geen concrete gronden aan tegen het terugkeerbesluit en onderbouwde het beroep niet nader. De rechtbank oordeelde dat het terugkeerbesluit en het inreisverbod terecht waren opgelegd, mede omdat eiser illegaal Nederland was binnengekomen met het doel door te reizen naar het Verenigd Koninkrijk. Het feit dat eiser in Duitsland werk wilde zoeken, bood geen reden om het inreisverbod niet op te leggen.
Ten aanzien van de maatregel van bewaring stelde de rechtbank vast dat eiser de gronden niet had betwist. De maatregel was gebaseerd op het risico dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken. Gezien het ontbreken van betwisting achtte de rechtbank de maatregel terecht opgelegd. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen het terugkeerbesluit, het inreisverbod en de maatregel van bewaring worden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.