Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een asielzoeker met de Algerijnse nationaliteit, werd op 9 juni 2021 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd opgelegd vanwege concrete aanwijzingen voor een overdracht op grond van de Dublinverordening en een significant risico dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken.
Eiser stelde dat de gronden voor bewaring niet op hem van toepassing waren, met name omdat het inherent is aan zijn status als asielzoeker dat hij geen visum of verblijfsdocument heeft, en omdat hij vreest voor zijn leven bij terugkeer naar Spanje. De rechtbank oordeelde echter dat de feitelijke gronden, waaronder het niet naleven van de meldplicht en het ontbreken van medewerking aan overdracht, terecht aan eiser konden worden tegengeworpen.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin is bepaald dat het voldoende is dat de gronden feitelijk juist zijn. De lichte gronden voor bewaring werden niet betwist. Gezien de onderlinge samenhang van de gronden vond de rechtbank dat de maatregel van bewaring gerechtvaardigd was.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.