ECLI:NL:RBDHA:2021:7164
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Verdeling van woning en garage tussen ex-partners met financieringsvoorwaarde
De rechtbank Den Haag behandelde een geschil tussen ex-partners over de verdeling van hun gezamenlijke woning en garage. De woning en garage zijn nog in gemeenschappelijk eigendom en moeten worden verdeeld na hun scheiding. De rechtbank bepaalt dat de peildatum voor de waardering de datum van feitelijke verdeling is, en wijst af dat de peildatum 7 maart 2013 is, de datum van inschrijving van de echtscheiding.
De woning en garage worden toegewezen aan de ex-partner die er sinds 2013 woont, onder de voorwaarde dat hij binnen twee maanden aantoont dat hij de woning kan financieren en de ander ontslaat van hoofdelijke aansprakelijkheid. Indien dit niet lukt, volgt verkoop aan een derde met gezamenlijke opdracht aan een makelaar. De rechtbank regelt de taxatie, kostenverdeling, en de wijze van afwikkeling van de overwaarde en kapitaalverzekering.
Verder wijst de rechtbank vorderingen af over gebruiksvergoeding en huurinkomsten, en bepaalt dat de ex-partners ieder hun eigen proceskosten dragen. De schuld van een lening bij Interbank wordt niet verdeeld, en de vorderingen daaromtrent worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De mondelinge uitspraak is gedaan door rechter A.C. Bordes op 24 juni 2021.
Uitkomst: De woning en garage worden toegewezen aan de ex-partner onder financieringsvoorwaarde, met regeling voor verkoop aan derde bij niet-naleving.