ECLI:NL:RBDHA:2021:7262
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek kantonrechter wegens ontbreken van vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter wegens vermeende vooringenomenheid, onder meer omdat de kantonrechter de absolute competentie wilde toetsen en verzoeker niet zou hebben laten uitpraten tijdens een zitting. Tevens werd gewezen op een eerdere wraking in een andere zaak.
De wrakingskamer oordeelt dat het toetsen van absolute competentie een wettelijke verplichting is en geen blijk geeft van vooringenomenheid. Ook het niet uitpraten laten van verzoeker betreft de wijze van bejegening, waarvoor een wrakingsprocedure niet bedoeld is. De eerdere wraking in een andere zaak leidt niet automatisch tot verschoning in deze zaak.
Er zijn geen concrete feiten of omstandigheden gesteld die de schijn van partijdigheid rechtvaardigen. Daarom wordt het wrakingsverzoek afgewezen en wordt de hoofdzaak voortgezet zoals die was. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2021 door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens ontbreken van vooringenomenheid.