Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, vroeg op 15 maart 2021 asiel aan in Nederland. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Ierland verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland had eerst een terugnameverzoek aan Duitsland gedaan, dat werd afgewezen vanwege een claimakkoord tussen Duitsland en Ierland. Vervolgens accepteerde Ierland het terugnameverzoek.
Eiser betwistte de verantwoordelijkheid van Ierland en stelde dat hij het grondgebied van de EU voor meer dan drie maanden had verlaten, waardoor Nederland volgens artikel 19, tweede lid, van de Dublinverordening verantwoordelijk zou zijn. Ter onderbouwing overlegde hij foto’s van een paspoort met reisstempels.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij langer dan drie maanden buiten de EU verbleef. De foto’s waren onvoldoende bewijs en andere bewijsmiddelen ontbraken. Ook de Eurodac-bevraging toonde alleen illegale binnenkomst op 31 augustus 2020, maar niets over de verblijfsduur buiten de EU.
De rechtbank vond de verantwoordelijkheid van Ierland terecht vastgesteld, mede ondersteund door het Ierse claimakkoord en de instemming van Ierland ondanks de verklaringen van eiser. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.