Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Soedanese nationaliteit bezittende persoon, diende op 11 maart 2020 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag volgens de Dublinverordening. Nederland had een verzoek tot terugname aan Frankrijk gedaan, dat door Frankrijk was aanvaard.
Eiser voerde aan dat hij in Frankrijk geen adequate opvang ontving en vreest dat hij bij terugkeer opnieuw geen toegang tot opvang zal hebben. Tevens stelde hij dat er geen concreet zicht is op een tijdige behandeling van zijn aanvraag in Frankrijk. De rechtbank oordeelde dat Frankrijk verantwoordelijk is en dat verweerder terecht kon uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Frankrijk zijn verplichtingen zal nakomen. Eiser had onvoldoende bewijs geleverd om te twijfelen aan de naleving van deze verplichtingen.
De rechtbank overwoog dat bij dreigende schending van mensenrechten eerst bij de Franse autoriteiten geklaagd kan worden en dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat het Franse asiel- en opvangsysteem zodanige tekortkomingen vertoont dat een risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro bestaat. Het feit dat de overdracht op het moment van het besluit tijdelijk niet kon worden uitgevoerd, maakt de vaststelling van Frankrijk als verantwoordelijke lidstaat niet onrechtmatig.
De rechtbank concludeerde dat de omstandigheden van eiser niet zodanig bijzonder zijn dat de overdracht onevenredige hardheid oplevert en wees het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.