ECLI:NL:RBDHA:2021:7307
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen lasten onder dwangsom Brzo 2015
Verzoekster exploiteert een inrichting die onder het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015) valt. Na inspecties in juli 2020 constateerden toezichthouders meerdere overtredingen, waarvan drie als ernstig werden aangemerkt. Het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland legde last onder dwangsom op om binnen drie maanden te voldoen aan de Brzo 2015 voorschriften.
Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, met name gericht op last 2 over het aanbrengen van fire safe afsluiters en fireproofing van supports. Tijdens de zitting werd getracht een minnelijke oplossing te bereiken, maar partijen kwamen niet tot overeenstemming.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster onvoldoende spoedeisend belang had. Zij was al ruim voor het besluit op de hoogte van de overtredingen en de handhavingsvoornemens, had voldoende tijd gehad om aan de last te voldoen en diende het bezwaar laat en pro forma in. Ook is niet aannemelijk dat de dwangsom tot onoverkomelijke financiële problemen zou leiden.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de lasten onder dwangsom wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.