ECLI:NL:RBDHA:2021:7390
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verblijfsrecht en oplegging inreisverbod wegens ernstige bedreiging openbare orde
Eiser, van Surinaamse nationaliteit, verbleef tussen 1992 en 2002 in Nederland en werd toen ongewenst verklaard en uitgezet. Na zijn terugkeer in 2015 kreeg hij een afgeleid verblijfsrecht als familielid van een EU-burger op grond van het arrest Chavez-Vilchez. In 2019 werd hij veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf wegens poging tot doodslag, een ernstig strafbaar feit.
Verweerder beëindigde het verblijfsrecht van eiser en legde een inreisverbod van tien jaar op, omdat zijn gedrag een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving. Eiser voerde aan dat hij een positieve gedragsverandering heeft doorgemaakt en dat het besluit disproportioneel is, mede vanwege zijn gezinsleven met zijn zoon.
De rechtbank oordeelt dat verweerder het besluit voldoende heeft gemotiveerd en dat de gedragsverandering niet bestendig genoeg is om de bedreiging weg te nemen. Het belang van de openbare orde weegt zwaarder dan de persoonlijke belangen van eiser. Ook is geen sprake van een beschermingswaardig gezinsleven op grond van artikel 8 EVRM Pro. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verblijfsrecht wordt beëindigd met een inreisverbod van tien jaar.