ECLI:NL:RBDHA:2021:7393
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Duitsland
De zaak betreft een verzoeker die beroep heeft ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Duitsland als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.
De verzoeker heeft daarnaast een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter heeft echter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, mede omdat in een gelijktijdige zaak (zaaknummer NL21.3599) reeds een inhoudelijke uitspraak is gedaan op het beroep.
De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is zonder zitting gedaan en is direct openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.