Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
uitspraak van de voorzieningenrechter voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen
[Naam], verzoeker,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke vreemdelingenzaak heeft de voorzieningenrechter een verzoek beoordeeld waarbij werd gevraagd om de uitzetting van verzoeker op te schorten totdat op het lopende beroep zou zijn beslist. Het verzoek betrof een schorsing van de uitzetting in afwachting van de uitkomst van een beroep met zaaknummer AWB 20/9433.
De voorzieningenrechter overwoog dat op het moment van de beslissing op het verzoek, op 2 juli 2021, reeds een uitspraak was gedaan op het betreffende beroep. Hierdoor ontbrak de noodzaak voor het treffen van de gevraagde voorziening. Tevens was er geen sprake van connexiteit tussen de zaken die het verzoek zou kunnen rechtvaardigen.
Gelet op deze omstandigheden werd het verzoek als kennelijk ongegrond beoordeeld en derhalve afgewezen. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter K.M. de Jager en openbaar gemaakt op 13 juli 2021.
Er is geen inhoudelijke beoordeling van het beroep zelf gegeven, aangezien het verzoek uitsluitend betrekking had op de schorsing van de uitzetting en deze niet gegrond werd bevonden.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de uitzetting wordt afgewezen omdat het beroep reeds is beslist en er geen connexiteit is.