ECLI:NL:RBDHA:2021:7539

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 juli 2021
Publicatiedatum
16 juli 2021
Zaaknummer
AWB: 19/9869
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 lid 3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot schorsing uitzetting in vreemdelingenzaak

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft verzoekster een verzoek ingediend om de uitzetting op te schorten totdat op haar beroep in een andere procedure is beslist. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek beoordeeld op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht.

De voorzieningenrechter constateert dat het onderliggende beroep op 2 juli 2021 reeds is beslist, waardoor er geen aanleiding is om de gevraagde voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.

Daarnaast wordt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan verzoekster. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter K.M. de Jager en openbaar gemaakt op 13 juli 2021.

Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de uitzetting wordt afgewezen omdat op het onderliggende beroep reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht
Zaaknummer AWB: 19/9869
V-nummers: [Nummer]

uitspraak van de voorzieningenrechter voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen

[Naam], verzoekster,

gemachtigde mr. C. Mayne,
tegen

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Overwegingen

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak buiten zitting.
De voorzieningenrechter is verzocht om hangende beroep in de procedure met zaaknummer AWB 20/836 te bepalen dat verweerder de uitzetting van verzoekster achterwege dient te laten, totdat op het beroep is beslist.
In het onderhavige geval is er geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorziening, nu op 2 juli 2021 op het beroep is beslist. Het verzoek is kennelijk ongegrond en wordt daarom afgewezen.
Verweerder wordt op na te melden wijze in de proceskosten veroordeeld.

Beslissing

De voorzieningenrechter,
- wijst het verzoek af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten ad € 748,- (zevenenachtenveertig euro), te betalen aan verzoekster;
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van G. de Keuning, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekend gemaakt op 13 juli 2021.
Afschrift verzonden op: