Eiseres, een besloten vennootschap, kreeg een bestuurlijke boete van €8.000 opgelegd wegens het niet binnen 48 uur vaststellen van de identiteit van een werknemer, in strijd met artikel 15a van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
Verweerder verklaarde het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend en er geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. Eiseres voerde aan dat zij pas na het verlopen van de termijn op de hoogte kwam van de boete omdat deze naar een verkeerd adres was gestuurd.
De rechtbank stelde vast dat het primaire besluit correct was verzonden naar het juiste adres dat bij de Kamer van Koophandel geregistreerd stond. De stelling van eiseres dat het besluit niet was afgeleverd vanwege een bouwval op dat adres werd niet onderbouwd met bewijs en viel bovendien onder haar eigen risico.
Daarom was de termijnoverschrijding niet verschoonbaar en was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.