ECLI:NL:RBDHA:2021:763
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding beroepstermijn in vreemdelingenzaak
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER. Het primaire besluit dateert van 13 februari 2020, het bezwaar werd ongegrond verklaard op 3 juli 2020. Eiser diende zijn beroepschrift op 7 oktober 2020 in, terwijl de beroepstermijn vier weken na verzending van het besluit bedraagt.
Verweerder heeft met een afschrift van de verzendadministratie en toelichting op de zitting aannemelijk gemaakt dat het bestreden besluit op 6 juli 2020 aan de gemachtigde van eiser is verzonden. Eiser stelde dat hij het besluit pas op 15 september 2020 per fax ontving, maar dit werd niet aannemelijk geacht.
De rechtbank oordeelt dat het beroep te laat is ingediend en dat er geen sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding. Daarom wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tevens wijst de rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening af, omdat de uitspraak op het beroep direct is gedaan.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.