Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
diegeheel of ten dele aan [slachtoffer 1]
toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om
diezich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door die [slachtoffer 1] met een mes:
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
.De lange proeftijd acht de rechtbank noodzakelijk omdat de problematiek van de verdachte hardnekkig is en hij langdurig begeleiding nodig heeft om het risico op herhaling voldoende in te kunnen dammen.
eenvoudige en laagdrempelige proceduredie ertoe leidt dat personen die schade hebben geleden als gevolg van een strafbaar feit zoveel mogelijk schadeloos worden gesteld. [7] Nu de ingediende vordering - op het bankrekeningnummer van [slachtoffer 1] na - alle elementen bevat die ook in het voegingsformulier zijn opgenomen, valt niet in te zien op welke wijze de belangen van de verdachte of die van een goede procesorde zouden worden geschaad als de benadeelde partij thans ontvankelijk zou worden geacht. De rechtbank wijst in dit licht wederom op artikel 51g, derde lid, Sv, waaruit volgt dat ter terechtzitting een voeging ook mondeling kan geschieden.
8.De inbeslaggenomen voorwerpen
9.De vordering tot tenuitvoerlegging
10.De toepasselijke wetsartikelen
11.De beslissing
36 (zesendertig) MAANDEN;
12 (twaalf) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
vijf jarenvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;