ECLI:NL:RBDHA:2021:7660
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaam gescheiden leven in AOW-pensioenzaak
Eiser ontvangt sinds juni 2011 een AOW-pensioen naar de norm voor gehuwden. Verweerder onderzocht op basis van een huisbezoek en aanvullende informatie of sprake was van duurzaam gescheiden leven, omdat eiser en zijn echtgenote op verschillende adressen stonden ingeschreven. Uit het onderzoek bleek dat ondanks het feit dat zij niet samenwonen, er financiële banden en andere aanwijzingen zijn die wijzen op het voortduren van de echtelijke samenleving.
De rechtbank toetste aan artikel 1 lid 3 AOW Pro en vaste jurisprudentie dat duurzaam gescheiden leven inhoudt dat echtgenoten ieder afzonderlijk leven alsof zij niet gehuwd zijn en dat deze toestand bestendig is. De rechtbank concludeerde dat eiser en zijn echtgenote niet ondubbelzinnig ieder een eigen leven leidden en dat de echtelijke samenleving niet verbroken was.
De stelling van eiser dat verweerder onvoldoende had getoetst en het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd was, werd verworpen. De rechtbank stelde dat verweerder wel degelijk de bestendige toestand van verbroken samenleving had onderzocht als onderdeel van de toets op duurzaam gescheiden leven.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft het AOW-pensioen van eiser ongewijzigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het AOW-pensioen blijft ongewijzigd.