ECLI:NL:RBDHA:2021:767
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende binding met India
Eisers, een gezin uit India, hebben een visum voor kort verblijf aangevraagd om familie in Nederland te bezoeken. De Minister van Buitenlandse Zaken wees deze aanvragen af vanwege onvoldoende bewijs van een sterke sociale en economische binding met India.
Eisers betoogden dat zij een nauwe band hebben met hun (schoon/groot)ouders in India en dat eiser I als zzp’er een stabiel inkomen heeft. Daarnaast was er een garantsteller bereid een geldsom te deponeren. De rechtbank oordeelde echter dat de zorg voor familieleden niet concreet was onderbouwd en dat de financiële stukken onvoldoende specificatie boden over het inkomen.
De garantstelling kon de twijfel niet wegnemen omdat het bewijs te mager was om zelfs twijfel te rechtvaardigen. Ook werd geoordeeld dat de hoorplicht niet was geschonden omdat het bezwaar geen aanleiding gaf tot een ander besluit. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende sociale en economische binding met India.