ECLI:NL:RBDHA:2021:768
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende binding en COVID-19 beperkingen
Eiser, met de Turkse nationaliteit, heeft op 3 januari 2020 een visum voor kort verblijf aangevraagd om familie in Nederland te bezoeken. Verweerder heeft dit visum geweigerd wegens onvoldoende economische en sociale binding met Turkije. Bij bezwaar is deze afwijzing gehandhaafd en aangevuld met de grond dat tijdelijke beperkingen vanwege de COVID-19-pandemie niet-essentiële reizen naar de EU beperken.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen deze besluiten. De rechtbank oordeelt dat de afwijzing op basis van de COVID-19-pandemie terecht is en dat eiser geen beroep heeft gedaan op uitzonderingscategorieën die een hoorzitting of extra procedure zouden rechtvaardigen. De hoorplicht is daarom niet geschonden.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter A.P. Hameete op 27 januari 2021 in Rotterdam. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum kort verblijf wordt ongegrond verklaard.