ECLI:NL:RBDHA:2021:7764
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schending hoorplicht bij aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2015
Eiser maakte bezwaar tegen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) over 2015. De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat een hoger bedrag aan ingehouden dividendbelasting moet worden gehanteerd of dat de vermogensrendementsheffing een individuele en buitensporige last vormt. Het belastbaar inkomen is correct vastgesteld.
Het bezwaar tegen de aanslag Zvw is terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat de aanslag niet verder kan worden verlaagd. Wel is de hoorplicht bij de aanslag IB/PVV geschonden, aangezien geen hoorgesprek heeft plaatsgevonden ondanks de uitnodiging daarvoor. Hierdoor wordt het beroep tegen de aanslag IB/PVV gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd.
De rechtbank bepaalt dat de rechtsgevolgen van de vernietigde uitspraak op bezwaar in stand blijven omdat alsnog horen niet tot een andere uitkomst zal leiden. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en verletkosten van €50 aan eiser. De uitspraak is gedaan door rechter G.J. Ebbeling op 15 juli 2021 te Den Haag.
Uitkomst: Beroep tegen aanslag IB/PVV gegrond wegens schending hoorplicht, beroep tegen aanslag Zvw ongegrond verklaard.