ECLI:NL:RBDHA:2021:7829
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering AOW-toeslag wegens inkomen partner
Eiseres ontvangt sinds 2013 een AOW-pensioen en toeslag voor haar partner, die wisselende inkomsten uit een eenmanszaak heeft en pensioenuitkeringen ontvangt. Verweerder heeft de toeslag over 2018 en 2019 herzien en te veel betaalde bedragen teruggevorderd, omdat het inkomen van de partner hoger was dan aanvankelijk geschat.
Eiseres betwist de kwalificatie van pensioenuitkeringen en de terugvordering, onder meer vanwege het hogere belastingtarief en de financiële situatie van haar partner. De rechtbank oordeelt dat verweerder het inkomen correct heeft vastgesteld op basis van belastingaangiften en dat pensioenuitkeringen als overig inkomen volledig in mindering moeten worden gebracht op de toeslag volgens dwingende wettelijke bepalingen.
De rechtbank wijst het beroep op het vertrouwensbeginsel af, omdat geen toezeggingen zijn gedaan die een ander besluit rechtvaardigen. Ook het feit dat verweerder eerder had kunnen herzien leidt niet tot het oordeel dat terugwerkende kracht onrechtmatig is. De beroepen tegen de herzieningsbesluiten worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de herziening en terugvordering van de AOW-toeslag worden ongegrond verklaard.