ECLI:NL:RBDHA:2021:7958

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 mei 2021
Publicatiedatum
23 juli 2021
Zaaknummer
AWB - 19 _ 7222
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:41 AwbArt. 8:36 AwbBesluit tarieven in strafzaken 2003
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding kosten deskundigen bij intrekking beroep WIA-uitkering

Eiser was het niet eens met het besluit van het UWV dat zijn arbeidsongeschiktheid per 8 augustus 2018 was vastgesteld op 61,82%, waardoor zijn WIA-uitkering niet wijzigde. Na bezwaar en beroep heeft het UWV het besluit gewijzigd en het bezwaar alsnog gegrond verklaard, waardoor eiser recht blijft houden op een IVA-uitkering.

Eiser trok daarop het beroep in en verzocht de rechtbank om het UWV te veroordelen in de kosten voor het inschakelen van een verzekeringsarts-medisch adviseur en een cardioloog. De rechtbank oordeelde dat het inschakelen van deze deskundigen redelijk was en dat de kosten daarvoor vergoed moesten worden, met uitzondering van secretariaatskosten die niet voor vergoeding in aanmerking komen.

De rechtbank stelde de vergoeding vast op €3.674,56 en veroordeelde het UWV tevens tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht van €47,-. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2021.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van redelijke deskundigenkosten en het griffierecht na intrekking van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 19/7222

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 mei 2021 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. H. Kuin),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder
(gemachtigde: J.H. Swart).

Procesverloop

Bij besluit van 14 augustus 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder vastgesteld dat eiser per 8 augustus 2018 meer arbeidsgeschikt is dan voorheen. Eiser is 61,82% arbeidsongeschikt te achten en zijn uitkering ingevolge de Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) wijzigt niet.
Bij besluit van 30 september 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Met instemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven.
De rechtbank heeft het onderzoek daarop bij brief van 9 september 2020 gesloten.
De rechtbank heeft op 9 september 2020 nadere stukken ontvangen van eiser. Het onderzoek is heropend en de stukken zijn alsnog naar verweerder toegestuurd.
De rechtbank heeft op 5 oktober 2020 eveneens nadere stukken ontvangen van eiser. Deze stukken zijn naar verweerder toegestuurd.
Verweerder heeft met het besluit van 10 december 2020 het bestreden besluit gewijzigd en het bezwaar van eiser alsnog gegrond verklaard. Dit betekent dat eiser recht blijft hebben op een IVA-uitkering per 8 augustus 2018 en 13 januari 2020.
Eiser heeft zijn beroep bij brief van 4 februari 2021 ingetrokken met het gelijktijdige verzoek verweerder te veroordelen in de kosten voor het inschakelen van verschillende experts.
Op verzoek van de rechtbank heeft verweerder bij brief van 24 februari 2021 te kennen gegeven geen bezwaar te hebben tegen de veroordeling in de kosten, echter kan verweerder zich niet verenigen met de vergoeding van de kosten zoals neergelegd in de facturen. De gedeclareerde kosten zijn niet nader gespecificeerd.
De rechtbank heeft op 31 maart 2021 van eiser een nadere specificatie van de gedeclareerde kosten ontvangen. Verweerder heeft bij brief van 13 april 2021 op deze specificatie gereageerd.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten worden veroordeeld. Het verzoek wordt gedaan tegelijk met de intrekking van het beroep.
2. Ingevolge artikel 8:41, zevende lid, van de Awb wordt het door de indiener van het beroepschrift betaalde griffierecht aan hem vergoed door het bestuursorgaan indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen.
3. Eiser heeft met de intrekking van zijn beroep verzocht om verweerder te veroordelen in de kosten voor het inschakelen van deskundigen. De rechtbank stelt vast dat eiser het beroep heeft ingetrokken, omdat verweerder aan hem is tegemoetgekomen, als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb. De kosten van een niet-juridische deskundige komen voor vergoeding in aanmerking als het inroepen van die deskundige redelijk was en de deskundigenkosten zelf redelijk zijn. Bij de beoordeling hiervan kan in het algemeen als maatstaf worden gehanteerd of degene die deze deskundige heeft ingeroepen, gezien de feiten en omstandigheden zoals die bestonden ten tijde van de inroeping, ervan mocht uitgaan dat de deskundige een relevante bijdrage zou leveren aan een voor hem gunstige beantwoording door de rechter van een voor de uitkomst van het geschil mogelijk relevante vraag. Aan dit criterium is naar het oordeel van de rechtbank voldaan. Het inschakelen van een verzekeringsarts-medisch adviseur en vervolgens een cardioloog was dan ook redelijk. De rechtbank ziet onder deze omstandigheden aanleiding het verzoek van eiser om verweerder te veroordelen in de kosten voor het inschakelen van deskundigen gegrond te achten. Deze kosten stelt de rechtbank als volgt vast.
4.1.
Eiser heeft verzocht om vergoeding van de kosten van het inschakelen van deskundigen, zijnde verzekeringsarts-medisch adviseur Ostendorf (van Medisch Advies Groep (MAG)) en cardioloog Bucx. Uit de factuur van 11 maart 2020 van de cardioloog volgt een totaalbedrag van € 2.541,00, inclusief btw voor 15 uren werk tegen een uurtarief van € 140,00. Uit de factuur van 3 januari 2020 van MAG volgt een totaalbedrag van
€ 910,04, inclusief btw. Dit bedrag is gebaseerd op 29 minuten secretariaatskosten tegen een uurtarief van € 74,42, 59 minuten secretariaatskosten tegen een uurtarief van € 76,13 en 3 uren tegen een uurtarief van € 214,32. Uit de factuur van 23 januari 2020 van MAG volgt een totaalbedrag van € 747,07, inclusief btw. Dit bedrag is gebaseerd op 2 uur en 21 minuten secretariaatskosten tegen een uurtarief van € 76,13 en 2 uren tegen een uurtarief van € 219,25. Uit de factuur van 14 februari 2020 van MAG volgt een totaalbedrag van
€ 292,31, inclusief btw. Dit bedrag is gebaseerd op 32 minuten secretariaatskosten tegen een uurtarief van € 76,13 en 55 minuten tegen een uurtarief van € 219,25. Uit de factuur van
1 juli 2020 van MAG volgt een totaalbedrag van € 770,69, inclusief btw. Dit bedrag is gebaseerd op 1 uur en 10 minuten secretariaatskosten tegen een uurtarief van € 76,13 en
2 uur en 30 minuten tegen een uurtarief van € 219,25.
4.2.
De rechtbank stelt, met inachtneming van wat staat vermeld in artikel 8:36, tweede lid, van de Awb en artikel 6 van Pro het Besluit tarieven in strafzaken 2003 (het Besluit), vast dat bij het verrichten van de werkzaamheden in deze zaak het maximale uurtarief in 2019
€ 126,47 was en dat het maximale uurtarief in 2020 € 129,63 was. Artikel 9 van Pro het Besluit bepaalt dat voor de vaststelling van de uurvergoeding als bedoeld in de artikelen 2, 3, 6, 7 en 8 een gedeelte van een uur gelijk aan een half uur of korter, als een half uur, en een gedeelte langer dan een half uur als een heel uur geldt. Uit artikel 15 van Pro het Besluit volgt dat het genoemde tarief wordt verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting, in dit geval 21%.
4.3.
Gelet op het voorgaande dient verweerder voor de inschakeling van de cardioloog in 2019 in totaal 15 uur x € 129,63, inclusief 21% omzetbelasting, te vergoeden, te weten een bedrag van € 2.352,78. Voor de inschakeling van de verzekeringsarts-medisch adviseur in 2019 dient verweerder in totaal 3 uur x € 126,47, inclusief 21% omzetbelasting, te vergoeden, te weten een bedrag van € 459,09 en voor de inschakeling van de verzekeringsarts-medisch adviseur in 2020 dient verweerder in totaal 330 min (325 minuten afgerond op een half uur) = 5,5 uur x € 129,63, inclusief 21% omzetbelasting, te vergoeden, te weten een bedrag van € 862,69. Voor zover de facturen van de verzekeringsarts-medisch adviseur betrekking hebben op secretariaatskosten, komen deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank verwijst hiervoor naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 24 december 2008 (ECLI:NL:CRVB:2008:BG8372).
4.4.
De totale vergoeding van de kosten dient derhalve te worden gesteld op een bedrag van € 3.674,56 (€ 2.352,78 + € 459,09 + € 862,69)
4.5.
De rechtbank wijst er tot slot op dat het door eiseres betaalde griffierecht ten bedrage van € 47,- ingevolge artikel 8:41, zevende lid, van de Awb door verweerder aan eiser moet worden vergoed.

Beslissing

- de rechtbank veroordeelt verweerder in de kosten van eiser tot een totaalbedrag van
€ 3.674,56;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47,- aan eiser te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.M. Kettenis-de Bruin, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Lemmen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2021.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.