Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
M.H. JETTEN BEHEER B.V.,
S.R. JETTEN BEHEER B.V.,
JETTEN YACHT SUPPORT B.V.,
1.De procedure
- het vonnis in het bevoegdheidsincident van 8 juli 2020 van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden (zaak- en rolnummer C/17/171590 / HA ZA 20-46) en de daarin genoemde gedingstukken voor zover deze (mede) betrekking hebben op de onderhavige incidenten;
- het oproepingsexploot van 8 september 2020 uitgebracht aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ;
- het oproepingsexploot van 8 september 2020 uitgebracht aan [gedaagde 3] , M.H. Beheer, S.R. Beheer en JYS.
2.De feiten in het incident
3.Het geschil in de hoofdzaak
i. primair: dat alle intellectuele eigendomsrechten ter zake van de naam en het teken ‘Jetten’, daaronder begrepen de merken, de handelsnaam ‘Jetten’, de domeinnaam ‘Jetten’ en de IP, zoals beschreven in het lichaam van de conclusie in de incidenten, tevens conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie, berusten bij M.H. Beheer en S.R. Beheer als rechthebbende en eigenaar, althans;
ii. subsidiair: dat JYS rechthebbende en eigenaar is ter zake van de oudste handelsnaam met betrekking tot de naam en het teken ‘Jetten’ en het exclusieve gebruiksrecht heeft ter zake van deze handelsnaam, zoals beschreven in het lichaam van de conclusie in de incidenten, tevens conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie, en daarmee rechthebbende en eigenaar is ter zake van alle intellectuele eigendomsrechten die betrekking hebben op de naam en het teken ‘Jetten’, althans;
iii. meer subsidiair: dat het M.H. Beheer en S.R. Beheer en JYS vrijstaat om de naam en het teken ‘Jetten’ te blijven gebruiken op de wijze waarop zij dat thans doen;
zowel in het primaire als in het subsidiaire geval: