ECLI:NL:RBDHA:2021:8039
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas over familieconflict
Eiser, een Nigeriaanse staatsburger, vroeg asiel aan vanwege vermeende problemen met zijn oom, die eiste dat zijn moeder met hem zou trouwen na het overlijden van eisers vader. Toen zijn moeder dit weigerde, ontstond een conflict waarbij eiser betrokken raakte en werd bedreigd door zijn oom.
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft het asielrelaas van eiser onderzocht en vond het deel over zijn nationaliteit en identiteit geloofwaardig, maar oordeelde dat de beweringen over het conflict met zijn oom ongeloofwaardig waren. De aanvraag werd daarom afgewezen.
Eiser voerde aan dat de staatssecretaris onvoldoende doorvroeg en dat het onredelijk was te verwachten dat hij zijn verhaal met documenten onderbouwde gezien zijn leeftijd en omstandigheden. De rechtbank oordeelde echter dat de verklaringen te summier en onvoldoende gedetailleerd waren, en dat de staatssecretaris terecht het asielrelaas ongeloofwaardig vond.
De rechtbank stelde vast dat eiser na het vermeende conflict nog maandenlang in het dorp verbleef zonder problemen, wat de geloofwaardigheid van zijn vluchtverhaal ondermijnde. Ook was er geen sprake van een onzorgvuldige voorbereiding van het besluit en was de leeftijd van eiser destijds geen reden voor summiere verklaringen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en hoefde de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege een ongeloofwaardig asielrelaas.