ECLI:NL:RBDHA:2021:8051
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure na niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 3 maart 2021 niet-ontvankelijk is verklaard. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening zodat hij de uitkomst van het beroep in de opvang voor asielzoekers in Nederland mocht afwachten.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met een andere zaak op 8 juli 2021 in Breda. Verzoeker en zijn gemachtigde waren niet aanwezig, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was. Na de zitting wees de voorzieningenrechter mondeling uitspraak.
De voorzieningenrechter oordeelde dat gezien de uitspraak op het beroep in de andere zaak, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was en wees het verzoek daarom af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep reeds is behandeld en uitspraak is gedaan.