Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 juli 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Kok Schoonmaak B.V., te [vestigingsplaats]
Rechtbank Den Haag
Eiseres, werkzaam als schoonmaakster met een arbeidshandicap, vordert een WIA-uitkering na twee jaar ziekte. Verweerder heeft dit geweigerd omdat eiseres meer dan 65% van haar vroegere loon kan verdienen, gebaseerd op medische en arbeidskundige rapporten.
De rechtbank stelt vast dat de medische beoordeling zorgvuldig en juist is uitgevoerd, waarbij zowel mentale als fysieke beperkingen zijn vastgesteld. Eiseres heeft onvoldoende medische onderbouwing geleverd om deze beoordeling te betwisten.
De arbeidsdeskundige heeft functies geduid die geschikt zouden zijn voor eiseres, maar de rechtbank vindt de motivering over de noodzakelijke begeleiding op niveau 2 onvoldoende. Er is onduidelijkheid of de functies daadwerkelijk aan deze begeleidingsbehoefte voldoen en of dit redelijkerwijs van de werkgever kan worden verlangd.
De rechtbank draagt verweerder op binnen zes weken deze motivering te herstellen of een nieuwe beslissing te nemen. Verdere beslissingen worden aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de medische beoordeling juist is, maar wijst op een motiveringsgebrek in de arbeidskundige beoordeling en geeft verweerder zes weken om dit te herstellen.