ECLI:NL:RBDHA:2021:8054
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking WIA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Eiseres, arbeidsongeschikt sinds 2014 door klachten na een auto-ongeluk, ontving een WIA-uitkering die per 1 juli 2019 werd ingetrokken na een herbeoordeling door het UWV. De primaire verzekeringsarts stelde beperkingen vast die minder streng waren dan eerder aangenomen, en de arbeidsdeskundige vond passende functies binnen deze beperkingen.
Eiseres voerde aan dat zij meer psychische en lichamelijke beperkingen heeft dan erkend, ondersteund door medische rapporten van haar behandelaars. De rechtbank liet nader onderzoek toe en ontving aanvullende rapporten, waaronder neuropsychologisch en psychiatrisch onderzoek, die geen objectieve aanwijzingen voor ernstiger beperkingen gaven.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep bevestigde het standpunt dat eiseres niet volledig arbeidsongeschikt is en dat de beperkingen adequaat zijn vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat de medische beoordelingen zorgvuldig, volledig en begrijpelijk zijn en dat de beperkingen passend zijn vastgesteld.
De rechtbank benadrukte dat het oordeel over arbeidsongeschiktheid gebaseerd moet zijn op objectieve medische criteria en niet op de persoonlijke beleving van eiseres. Gezien de onderbouwde rapporten en het ontbreken van objectieve medische afwijkingen, wees de rechtbank het beroep af en verklaarde het ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de WIA-uitkering per 1 juli 2019.