ECLI:NL:RBDHA:2021:8094
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen eigen bijdrage woonvoorziening gemeente Den Haag
Eiseres kreeg in 2018 een woonvoorziening toegekend voor haar badkamer, volledig gesubsidieerd door de gemeente Den Haag. In 2019 wijzigde de regelgeving waardoor een maandelijkse eigen bijdrage van €19,00 werd ingevoerd, met een overgangsperiode van een jaar. Het CAK stuurde in oktober 2020 een factuur voor deze bijdrage, waartegen eiseres bezwaar maakte.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar en beroep gericht moeten worden tegen het besluit van 12 december 2019 waarin de eigen bijdrage werd opgelegd, niet tegen de factuur van het CAK. De gemeente heeft de bevoegdheid om een eigen bijdrage te heffen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en de gemeentelijke verordening.
Verweerder heeft de eigen bijdrage niet met terugwerkende kracht opgelegd, maar rekening gehouden met een afschrijvingstermijn van tien jaar en een overgangsperiode. Het feit dat eiseres bij toekenning niet op de hoogte was van de toekomstige bijdrage leidt niet tot onrechtmatigheid. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de eigen bijdrage voor de woonvoorziening wordt ongegrond verklaard.