ECLI:NL:RBDHA:2021:8102
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd
Eiseres, werkzaam als verkoopmedewerker, vroeg een WIA-uitkering aan na uitval wegens meerdere aandoeningen waaronder colitis ulcerose en psychische klachten. Het UWV weigerde de uitkering omdat het arbeidsongeschiktheidspercentage onder de 35% lag, gebaseerd op rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen.
Eiseres betwistte dit besluit en stelde dat zij door ernstige vermoeidheid en angststoornissen niet in staat was om zes uur per dag te werken, zoals het UWV verwachtte. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en begrijpelijk was en dat de beperkingen van eiseres adequaat waren vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst.
De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende medische onderbouwing leverde om af te wijken van het oordeel van de verzekeringsartsen. De arbeidsdeskundige had bovendien vastgesteld dat eiseres geschikt was voor bepaalde functies met een arbeidsongeschiktheidspercentage van circa 26%. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en bleef de weigering van de WIA-uitkering in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.