Eisers, een gehuwd stel met de Armeense nationaliteit, hebben in 2017 asiel aangevraagd in Nederland. Hun aanvragen zijn meerdere malen afgewezen, waarna zij beroep instelden. De rechtbank heeft eerdere afwijzingen vernietigd en verweerder opgedragen nieuwe besluiten te nemen. Na diverse procedures en een Individueel Ambtsbericht over eiser, heeft verweerder de aanvragen opnieuw afgewezen op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de verklaringen van eisers over hun identiteit, het gedwongen ontslag van eiser vanwege politieke druk en bedreigingen onvoldoende heeft gemotiveerd bij het ongeloofwaardig achten van bepaalde elementen, zoals het gesprek met een ex-collega en een incident waarbij eiseres werd bedreigd. Hoewel het relaas van eisers deels wordt bevestigd door het ambtsbericht, is de motivering van verweerder gebrekkig.
Desondanks acht de rechtbank de vrees van eisers voor toekomstige problemen bij terugkeer naar Armenië onvoldoende onderbouwd. De nieuwe politieke situatie en het ontbreken van concrete aanwijzingen voor bedreigingen leiden tot de conclusie dat internationale bescherming niet noodzakelijk is.
De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang, vernietigt de bestreden besluiten wegens gebrekkige motivering, maar laat de rechtsgevolgen van deze besluiten in stand. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eisers.