ECLI:NL:RBDHA:2021:8129
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 25 december 2020 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, weigerde deze aanvraag in behandeling te nemen omdat op grond van de Dublinverordening was vastgesteld dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser voerde aan dat Duitsland een strenger beleid voert ten aanzien van de Ahmadiyya en dat zijn eerdere asielaanvragen daar waren afgewezen, waardoor hij bij terugkeer risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Hij stelde dat verweerder ten onrechte geen discretionaire bevoegdheid had uitgeoefend om de aanvraag naar Nederland over te nemen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet zou nakomen. Ook het aangevoerde rapport van de Asylum Information Database bood geen aanleiding om het vertrouwen in de Duitse asielprocedure te ondermijnen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid van Duitsland wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.