ECLI:NL:RBDHA:2021:8168

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 juli 2021
Publicatiedatum
27 juli 2021
Zaaknummer
C/09/613613 / JE RK 21-1453
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 JeugdwetArt. 6.1.4 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige met pril herstel

De zaak betreft een verzoek tot verlenging van een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp voor een minderjarige die eerder in een gesloten accommodatie verbleef. De minderjarige heeft positieve ontwikkelingen doorgemaakt, waaronder het behalen van een diploma en het vinden van een bijbaantje, maar vertoont nog steeds de neiging om zich aan hulpverlening te onttrekken. De moeder stemt in met het verzoek, terwijl de minderjarige en haar advocaat pleiten voor een verkorte duur van drie maanden.

De kinderrechter overweegt dat de ernst van de opgroei- en opvoedingsproblemen nog niet volledig is overwonnen en dat de voorwaardelijke machtiging noodzakelijk is om terugval te voorkomen. De rechter acht een periode van vier maanden passend, gezien de positieve maar nog prille ontwikkeling. De machtiging wordt daarom verleend voor de periode van 13 juli 2021 tot 13 november 2021, met voorwaarden uit het hulpverleningsplan.

De zaak wordt aangehouden voor een nader te bepalen zitting, waarbij een nieuwe instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper moet worden overgelegd. De kinderrechter wijst op de mogelijkheid van hoger beroep binnen drie maanden na uitspraak. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk vastgesteld op 14 juli 2021.

Uitkomst: De kinderrechter verleent een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp voor vier maanden met voorwaarden uit het hulpverleningsplan.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaksgegevens: C/09/613613 / JE RK 21-1453
Datum uitspraak: 7 juli 2021

Beschikking van de kinderrechter

Voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak naar aanleiding van het op 15 juli 2021 ingekomen verzoekschrift van:

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag, hierna te noemen: het college,

betreffende:
- [minderjarige]geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats]
hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: mr. P. Drenth, te Den haag.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de vrouw]

hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats]
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de man] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats]

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift met bijlage(n);
  • de instemmingsverklaring d.d. 29 juni 2021 van een gedragswetenschapper als bedoeld in artikel 6.1.4, vierde lid, van de Jeugdwet, die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht.
Op 7 juli 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn verschenen:
  • [vertegenwoordigers van de gemeente] namens het college;
  • [minderjarige] , bijgestaan door haar advocaat mr A. van Eijk;
  • de moeder.
[minderjarige] is op 7 juli 2021 ook in raadkamer gehoord in het bijzijn van haar advocaat.
De vader is conform de wettelijke vereisten opgeroepen, maar niet verschenen.

Feiten

  • [minderjarige] is erkend door de vader.
  • De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
  • [minderjarige] verblijft feitelijk op [verblijfplaats] .
  • De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 13 april 2021 een machtiging verleend om [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven van 13 april 2021 tot 13 juli 2021.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft de Raad voor Rechtsbijstand gelast een advocaat aan [minderjarige] toe te voegen.

Verzoek en verweer

Verzocht wordt een voorwaardelijke machtiging [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de periode van zes maanden.
De jeugdhulpaanbieder heeft in het hulpverleningsplan van 17 juli 2021 de voorwaarden opgenomen en de jeugdhulpaanbieder genoemd die bereid is de jeugdige op te nemen. Tevens is vermeld welke medewerker bevoegd is tot het nemen van het besluit tot opname.
Aan het verzoek ligt het volgende ten grondslag. [minderjarige] heeft de afgelopen periode hard gewerkt en een positieve ontwikkeling doorgemaakt, maar ze heeft soms nog de neiging om weg te lopen wanneer er zaken spelen die ingewikkeld liggen en het lukt haar niet altijd om hier tijdig hulp voor te vragen. Dit komt mede doordat [minderjarige] geen eigen netwerk heeft waar ze op kan rekenen. Hierdoor is ze nog meer afhankelijk van de hulpverlening. De gesloten behandelgroep sluit op dit moment niet helemaal aan bij [minderjarige] en ze zal op 13 juli aanstaande worden overgeplaatst naar een open groep. Een voorwaardelijke machtiging voor de duur van zes maanden is noodzakelijk, omdat de positieve verandering nog pril is en er nog steeds zorgen zijn rondom haar coping vaardigheden. De komende periode is het van belang dat ze leert omgaan met de vrijheden die ze krijgt, zich positief blijft inzetten en zich niet onttrekt aan de hulpverlening.
De moeder heeft ingestemd met het verzochte. [minderjarige] doet het goed en heeft een doel waar ze zich voor inzet.
[minderjarige] heeft, mede bij monde van haar advocaat, verweer gevoerd tegen de duur van de machtiging. [minderjarige] heeft verklaard dat het goed met haar gaat op [verblijfplaats] Ze heeft haar diploma behaald en heeft zich aangemeld voor een vervolgopleiding. Ook heeft ze een bijbaantje. [minderjarige] is het eens met de voorwaarden en wil graag naar de open groep en eventueel daarna door naar kamer training. [minderjarige] heeft aangegeven dat er met haar besproken was dat de voorwaardelijke machtiging voor drie maanden gevraagd zou worden. De advocaat heeft benadrukt [minderjarige] openstaat voor de voorwaardelijke machtiging en het eens is met de voorwaarden. Mede gelet op de stappen die [minderjarige] heeft gezet verzoekt de advocaat namens [minderjarige] om de voorwaardelijke machtiging te beperken tot drie maanden.

Beoordeling

De kinderrechter overweegt dat uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat het verzoek de instemming heeft van de gezaghebbende ouder. Nu derhalve sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 6.1.2, derde lid, onder c, van de Jeugdwet, is een ondertoezichtstelling van [minderjarige] niet vereist.
Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.4, eerste lid, Jeugdwet kan een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken en kan de ernstige belemmering in de ontwikkeling naar volwassenheid alleen buiten de accommodatie worden afgewend door het stellen en naleven van voorwaarden.
De kinderrechter is van oordeel dat aan voornoemde vereisten voor een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp is voldaan. Daarbij overweegt de kinderrechter dat [minderjarige] de afgelopen periode hard aan zichzelf heeft gewerkt en positieve stappen heeft gezet en daarom zal worden overgeplaatst naar een open groep. De stijgende lijn is echter nog pril en in het verleden heeft [minderjarige] de neiging gehad om zich te onttrekken aan de hulpverlening. Er zijn daarom zorgen dat [minderjarige] nog onvoldoende competenties en copingvaardigheden heeft ontwikkeld om nu al meer vrijheden te krijgen. De kinderrechter acht het daarom noodzakelijk dat [minderjarige] middels een voorwaardelijke machtiging een stok achter de deur heeft en laat zien dat ze zich aan de voorwaarden kan houden. [minderjarige] heeft kenbaar gemaakt de jeugdhulp te aanvaarden, zoals opgenomen in het overgelegde hulpverleningsplan. Tevens heeft [minderjarige] zich bereid verklaard tot naleving van de voorwaarden. De kinderrechter zal de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp daarom toewijzen. Ten aanzien van de duur overweegt de kinderrechter dat [minderjarige] een positieve ontwikkeling heeft laten zien en openstaat voor de hulpverlening. De kinderrechter zal de voorwaardelijke machtiging daarom verlenen voor de periode van vier maanden, te weten van 13 juli 2021 tot 13 november 2021, en aanhouden voor het overige.

Beslissing

De kinderrechter:
verleent een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 13 juli 2021 tot uiterlijk 13 november 2021, onder de voorwaarden welke aan [minderjarige] in het aangehechte hulpverleningsplan zijn gesteld;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting, gelegen
vóór 13 november 2021;
verzoekt voor de nader te bepalen zitting een nieuwe instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper als bedoeld in artikel 6.1.2, zesde lid, van de Jeugdwet te overleggen;
gelast de griffier tegen voormelde zitting op te roepen:
  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag;
  • [minderjarige] ;
  • de advocaat van [minderjarige] , mr. P. Drenth;
  • de moeder;
  • de vader (als informant).
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2021 door mr. A.J. Japenga, kinderrechter, in tegenwoordigheid van V.A.H. Schoorl als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 14 juli 2021.
Voor zover in deze beschikking eindbeslissingen staan, kan hoger beroep tegen deze beschikking worden ingesteld:
- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van
het gerechtshof Den Haag.