Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris niet in behandeling is genomen omdat Slovenië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 22 april 2021 in Breda. Verzoeker was bijgestaan door een gemachtigde en er was een tolk aanwezig. De staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, mede gelet op de uitkomst van de bodemzaak. Wel veroordeelt de voorzieningenrechter de staatssecretaris in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 748,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.