ECLI:NL:RBDHA:2021:8303
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument als verzorgende ouder op grond van Chavez-Vilchez arrest
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, verzocht om afgifte van een verblijfsdocument als verzorgende ouder van een Nederlands minderjarig kind, verwijzend naar het arrest Chavez-Vilchez. De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat uit de Basisregistratie Personen (BRP) bleek dat eiser slechts juridisch vader was van één kind, referent, en onvoldoende bewijs leverde van meer dan marginale zorg- en opvoedingstaken voor dit kind.
Eiser voerde aan dat hij ook vader is van vier andere Nederlandse kinderen en dat hij meer dan marginale zorg verricht. De rechtbank oordeelde dat de beoordeling terecht beperkt was tot referent, omdat eiser geen bewijs over de andere kinderen had overgelegd bij de aanvraag. De aangevoerde stukken en verklaringen boden onvoldoende objectief bewijs van intensieve zorg. Nieuwe feiten na het bestreden besluit konden niet worden meegewogen.
Verder stelde eiser dat hij op grond van artikel 8 EVRM Pro of humanitaire gronden verblijf kon verkrijgen, maar de rechtbank wees dit af omdat het aangevraagde verblijfsdocument uitsluitend betrekking heeft op rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan. Ook werd het beroep op schending van de hoorplicht verworpen omdat vooraf duidelijk was dat bezwaar niet tot een ander besluit zou leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. De uitspraak werd gedaan door rechter M.M. Meijers op 15 juni 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsdocument als verzorgende ouder wordt ongegrond verklaard.