ECLI:NL:RBDHA:2021:8355
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen niet tijdig besluit asielaanvraag
Deze uitspraak betreft een beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op zijn asielaanvraag. Eerder had de rechtbank op 29 september 2020 geoordeeld dat verweerder binnen zestien weken moest beslissen. Eiser stelde beroep in omdat die beslissing uitbleef.
De rechtbank wijst erop dat op 11 juli 2020 de Tijdelijke wet opschorting Dwangsommen IND in werking trad, die het tijdelijk onmogelijk maakt om beroep in te stellen tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een asielaanvraag. Een uitzondering geldt alleen als de wettelijke beslistermijn vóór die datum was verstreken en er een ingebrekestelling was ontvangen.
Hoewel eiser verweerder vóór de inwerkingtreding in gebreke stelde, verloor deze ingebrekestelling zijn werking door de eerdere uitspraak van de rechtbank. Hierdoor is de hoofdregel van de Tijdelijke wet van toepassing en is de rechtbank niet bevoegd om kennis te nemen van het beroep. Eiser kan gedurende de geldingsperiode van de Tijdelijke wet nog wel een civiele vordering instellen. De rechtbank wijst het beroep af wegens onbevoegdheid en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen wegens toepassing van de Tijdelijke wet opschorting Dwangsommen.