ECLI:NL:RBDHA:2021:8361
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening toegewezen tegen afwijzing verblijfsvergunning familie en gezin
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het verblijfsdoel 'familie en gezin', welke bij besluit van 20 november 2019 is afgewezen. Tegen dit primaire besluit is bezwaar gemaakt, dat bij besluit van 1 september 2020 kennelijk ongegrond werd verklaard. Eiser stelde beroep in tegen dit bestreden besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat bij een eerdere uitspraak (zaaknummer AWB 20/6865) het beroep van eiser gegrond is verklaard en het bestreden besluit is vernietigd, waardoor de zaak zich weer in de bezwaarfase bevindt. Er is geen sprake van nieuwe omstandigheden sinds een eerdere voorlopige voorziening van juni 2020, waarin eiser de bezwaarprocedure in Nederland mocht afwachten.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, waarbij verweerder wordt verboden eiser uit te zetten tot vier weken na de beslissing op het bezwaar. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar.