ECLI:NL:RBDHA:2021:8383
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft vastgesteld dat Duitsland in beginsel verantwoordelijk is en dat de Duitse autoriteiten hebben toegezegd de aanvraag in behandeling te nemen. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel brengt mee dat ervan moet worden uitgegaan dat Duitsland zijn verplichtingen nakomt.
Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet zal nakomen of dat bij terugkeer een situatie ontstaat die strijdig is met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom de verklaringen van eiser geen twijfel rechtvaardigen over de bescherming in Duitsland.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter C. van Boven-Hartogh op 22 juli 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.