ECLI:NL:RBDHA:2021:8422
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling wegens niet-ontvankelijk beroep asielaanvraag
Verzoeker stelde op 28 april 2021 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Verweerder verleende op 21 mei 2021 alsnog de verblijfsvergunning, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank beoordeelde eerst de ontvankelijkheid van het beroep. De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, die op 11 juli 2020 in werking trad, bepaalt dat na die datum geen beroep tegen niet tijdig beslissen mogelijk is, tenzij een geldige ingebrekestelling vóór die datum was ontvangen. Verzoeker had op 24 juni 2019 ingebrekestelling gedaan, maar deze was door eerdere uitspraken van de rechtbank op 16 oktober 2019 en 11 november 2020 komen te vervallen.
Daarom was het beroep van 28 april 2021 niet ontvankelijk. De rechtbank wees het verzoek om proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter J.G. Nicholson op 8 juli 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet ontvankelijk, waardoor het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen.