ECLI:NL:RBDHA:2021:8427
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens te late beslissing
Verzoeker is in beroep gegaan omdat de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet tijdig had beslist op zijn aanvraag. Nadat verzoeker het beroep had ingesteld, nam de verweerder alsnog een beslissing. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht de rechtbank om de proceskosten te vergoeden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de proceskosten moest vergoeden omdat de beslissing pas na het instellen van het beroep was genomen. Omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener had ingeschakeld en de zaak alleen ging over de overschrijding van de beslistermijn, werd een lager bedrag toegekend met een wegingsfactor van 0,5.
De rechtbank veroordeelde de verweerder tot betaling van € 267,- aan proceskosten. Er werden geen verdere kosten toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter S.G.M. van Veen en griffier M. Bos op 29 april 2021.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 267,- aan proceskosten aan verzoeker.