Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer]
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. D.M. Biermann, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 4 juni 2019 een asielaanvraag in bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Nadat verweerder niet tijdig had beslist, stelde eiser verweerder in gebreke en stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaarde dit beroep gegrond en legde een dwangsom op indien niet binnen acht weken werd beslist.
Verweerder besloot uiteindelijk op 11 juni 2020 de aanvraag van eiser in te willigen, maar stelde dat de termijn van acht weken nog niet was verstreken en rekende geen dwangsom over de periode van 16 maart tot 11 juni 2020. Eiser was het hier niet mee eens en vorderde een dwangsom over de periode van 18 april tot en met 9 juni 2020.
De rechtbank overwoog dat de vaststelling van de hoogte van de dwangsom geen publiekrechtelijke rechtshandeling is en dat het bestreden besluit daarom geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is. Hierdoor is de rechtbank onbevoegd om van het beroep kennis te nemen en moet eiser zich tot de burgerlijke rechter wenden. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen de vaststelling van de hoogte van de rechterlijke dwangsom.