Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam 1], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Eritrese asielzoeker, diende op 14 februari 2021 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege het ontbreken van gereserveerde opvangplaatsen voor Dublin-terugkeerders in Italië en de mogelijke scheiding van zijn familie.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van structurele gebreken in het Italiaanse asiel- en opvangsysteem. De aangevoerde rapporten en correspondentie tonen slechts aan dat er geen specifieke opvangplaatsen voor Dublinclaimanten zijn gereserveerd, maar niet dat zij geen toegang tot opvang zouden krijgen.
Ook het beroep op familiebanden met een zus in Nederland faalde omdat eiser deze band niet met stukken onderbouwde en zelf verklaarde niet afhankelijk te zijn van zijn zus. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.